Plantics

Biobased alternatief voor plastic

De plasticsoep in oceanen en zeeën is een gevaar voor mens en dier, veroorzaakt door niet afbreekbaar plastic dat via afvalstromen in zee belandt. En er zijn meer plastic-gerelateerde problemen. Bijvoorbeeld: de kunststoffen die gebruikt worden in de meeste bouwmaterialen en meubels bevatten gevaarlijke stoffen. In bijna ieder houtpaneel zit het giftige en kankerverwekkende formaldehyde. Ook het veel gebruikte isolatieschuim polyurethaanschuim (PUR) is giftig.

Plantics uit Arnhem heeft een mens- en milieuvriendelijk alternatief voor deze toepassingen: de 100% biobased hars Plantix GX. Het biomateriaal is sterk, veilig, recyclebaar, biologisch afbreekbaar en voor 100% afkomstig uit plantaardig restmateriaal. “De markt, de consument én de overheid zitten erom te springen”, zegt directeur Wridzer Bakker. Met financiële ondersteuning van De Groeiversneller vroeg Plantics twee Europese subsidies aan, en ontving die. Daarmee kan het Arnhemse bedrijf het product en de markttoepassingen verder ontwikkelen.

Uitvinding UvA

De Universiteit van Amsterdam ontdekte een aantal jaren geleden een nieuw thermo hardend biopolymeer. “Wij bouwen voort op een uitvinding van de UvA”, legt Bakker uit. “Wij onderzoeken en testen hoe deze uitvinding tot producten kan leiden.” De Plantix GX bioharsen zijn een veilige vervanging van bestaande thermoharders en kunnen gebruikt worden in combinatie met veel andere (bio)materialen en bij meerdere productietechnieken.  Bijvoorbeeld plaatmaterialen van hout of hennep, geluidsisolerende binnenwanden van gerecycled papier, vlamvertragende isolatie- en constructieschuimen, en vele andere composietmaterialen. Ook heeft Plantics productalternatieven voor wegwerp plastic.

Samenwerking maakindustrie en kennisinstellingen

Plantics werkt nauw samen met partners uit de maakindustrie en met kennisinstellingen. Een van de bedrijven waar Plantics het nieuwe biomateriaal mee test is een fabrikant van houtpanelen. “Samen bekijken we hoe we de huidige lijmen kunnen vervangen.” Plantics heeft op Industrie Park Kleefse Waard (IPKW) laboratoria en pilot productieruimtes. Dat het testen een lang traject kan zijn beseft Bakker: “Neem een keuken als voorbeeld, die moet natuurlijk wel sterk zijn en mag niet zomaar uit elkaar vallen, dat moeten we uitgebreid testen.”

Studenten

Plantics maakt ook gebruik van de faciliteiten van haar partners, zoals van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). Studenten van onder andere opleidingen industrieel productontwerp, werktuigbouwkunde, bouwkunde en chemie zijn aan de slag met Plantix-GX. Zij ontwierpen bijvoorbeeld een meubelstuk en een wandsysteem.

De Groeiversneller als katalysator

Bakker was al jaren bekend met Oost NL en werd door een van de medewerkers gewezen op het programma De Groeiversneller. “Oost NL heeft ons geholpen bij het zoeken van fondsen voor financiering. Met financiële ondersteuning van De Groeiversneller hebben we twee Europese subsidies kunnen aanvragen, en die ook ontvangen. Daarmee kunnen we Plantics verder ontwikkelen. Oost NL en De Groeiversneller hebben ons echt verder gebracht, ze zijn een katalysator geweest.”